broederlijk

Vergelijk mij musicerend
in uw kille kelders niet
met hem wiens aanschijn ik
bij u verwek.

Omschrijf mij niet, verspreek geen naam
aan mij, verzwijg mij, nu ik
plakken vochtig pleister
van uw muren zing,

hoe ik sprekend op hem lijk, hem
evenaar, zijn stem herhaal, zijn
vingerzetting slaafs dezelfde
naakte steen van u inkras.

Hou mij, nu ik stil, in spanning
haast, de rotte treden van uw trap
bestijgen wil, geen spoken voor
uit uw herinnering.

Verkerkelijk mij niet,
hoe heilig ook mijn hijgen
in uw oor weerklinkt.

Advertenties