laconiek

Leef je dagje, zweveteefje,
want ik kleef je lieve lijfje aan
als aarde ’s nachts aan lucht.

Drink je wijntje, fuivetrijntje
want ik zwelg je klanken tot het barst
& knarst van stille pijn.

Lik je ijsje, snoepedoosje,
want ik kauw je zinnen tot het bloedt
uit bleke blaadjes roos.

Lach je lachje, linkepinkje,
want ik maak je sprookjes groot & hol
vol droeve gorgeling.

Moraal :

Strijk je kopje, zwavelstokje,
want ik ben vuur waar jij niet bent,
& water waar je zwemt.

Advertenties